Parvovirus2 800 500

Parvovirus B19 in opmars

28-06-2024

Eerder deze maand stuurde de Vlaamse vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (VVOG) een oproep tot alertheid uit naar collega’s in verband met de opmars van Parvovirus B19 in België. Een overzicht.

Klinisch

Parvovirus B19 (of ‘de vijfde ziekte’) is een virus dat voornamelijk aerogeen (druppelinfectie) wordt overgedragen. Vaak blijft de patiënt asymptomatisch. Het ziektebeeld is bifasisch: eerst treedt een niet-specifiek ziektebeeld op met koorts, malaise, spierpijn, hoofdpijn en jeuk. 5 tot 7 dagen later ontwikkelt zich erythema infectiosum: een fijnvlekkig vlindervormig exantheem dat begint in het gezicht (‘slapped cheeks’ of appelwangen). Het exantheem kan zich uitbreiden over de romp en extremiteiten. Het exantheem verdwijnt gewoonlijk binnen een week, maar kan tot 3 weken herhaaldelijk terugkomen als reactie op warmte, kou, inspanning of stress. Bij kinderen worden in 5-10% van de gevallen ook gewrichtsklachten ervaren (handen, voeten, knieën en polsen), bij volwassen patiënten staat gewrichtsklachten zelfs op de voorgrond, vooral bij vrouwen.

Risicogroepen

Risicogroepen met een verhoogde kans op infectie zijn kinderen op basisscholen en kinderdagverblijven en hun gezinsleden. Leerkrachten, personeel van kinderdagverblijven en medisch personeel hebben beroepsmatig een verhoogd risico op infectie.

Risicogroepen met verhoogde kans op ernstig verloop zijn:

  • Patiënten met een voorafbestaande chronische hemolytische anemie (bv sikkelcelziekte, thalassemie, hereditaire sferocytose): deze patiënten hebben een risico tot het ontwikkelen van aplastische anemie.
  • Patiënten met voorafbestaande immuunstoornis (congenitaal of verworven, bv acute leukemie): kans op ontwikkelen van chronische infectie met chronische anemie.
  • Niet-immune zwangeren: primo infectie tijdens de zwangerschap leidt soms tot verticale transmissie (30-50% van de gevallen). Intra-uteriene infectie zeer vroeg in de zwangerschap kan leiden tot spontane abortus door multipele congenitale afwijkingen bij de foetus. Over het algemeen is het risico voor de foetus echter minimaal in het 1ste en 3de trimester van de zwangerschap. In het 2de trimester daarentegen kan parvovirus B19 hydrops fetalis veroorzaken. Deze ziekte ontstaat wanneer het virus het beenmerg aantast, met verstoring van de productie van rode bloedcellen bij de foetus. In milde gevallen kan dit spontaan herstellen, maar het kan ook leiden tot een zware anemie, congestief hartfalen, gegeneraliseerde oedemen en foetale dood. Bij vaststellen van hydrops fetalis door de gynaecoloog, kan overgegaan worden tot een intra-uteriene bloedtransfusie.

Diagnostiek

Diagnostiek gebeurt via serologie. IgM antistoffen zijn aantoonbaar vanaf 1-2 weken na de infectie; dit valt ongeveer samen met het ontstaan van de ziekteverschijnselen bij erythema infectiosum. IgM antistoffen blijven 2-6 maanden aantoonbaar. IgG antistoffen verschijnen enkele dagen na de IgM antistoffen en blijven levenslang aanwezig. Personen die een infectie hebben doorgemaakt en positieve IgG antistoffen hebben, zijn levenslang beschermd tegen reïnfectie.

Gynaecologen raden aan om laagdrempelig parvovirus B19 IgM en IgG te bepalen bij zwangeren met klachten zoals koorts, vermoeidheid of huiduitslag. Ook verminderde kindbewegingen, verkoudheden, gewrichtsklachten of vijfde ziekte in de omgeving kunnen redenen zijn om serologie te testen bij zwangeren. Verwijs de zwangere door naar de gynaecoloog bij positieve IgM antistoffen voor verdere opvolging.

Labo Maenhout voert de analyse van parvovirus B19 IgM en IgG in huis uit op weekdagen. De analyses zijn terugbetaald (B250).

Bronnen