Nieuws over micro-albumine
22-09-2026
Vanaf 1 september 2026 wijzigt de RIZIV terugbetaling van microalbumine. Voortaan is terugbetaling van de test niet meer uitsluitend voorbehouden voor patiënten met diabetes. In de nieuwe terugbetalingscriteria mag de test ook terugbetaald aangevraagd worden bij:
- Nierfunctie (eGFR) lager dan 60 ml/min/1,73m2
- Patiënt onder behandeling voor arteriële hypertensie
- Familiale voorgeschiedenis van niervervangende therapie bij eerstegraads familielid
De terugbetaling is echter wel beperkt tot 1x per kalenderjaar. Indien de test niet terugbetaalbaar is wordt 7.31 € aangerekend aan de patiënt.
Klinische achtergrond
Albumine is een eiwit dat in fysiologische omstandigheden slechts in zeer beperkte mate in de urine voorkomt (<30 mg/dag). Bij beschadiging van de glomerulaire membraan (de filter in het nefron) ten gevolge van chronische nierziekten komt er meer albumine in de urine terecht. Albuminurie is daarom een gevoelige merker van nierschade. Tussen 30 en 300 mg/dag spreekt men van micro-albuminurie, bij >300 mg/dag van macro-albuminurie.
Om de albumine-excretie exact te bepalen is een 24-uurs urinecollectie nodig. In de praktijk wordt meestal een urinestaal gebruikt waarbij gecorrigeerd wordt voor de creatinineconcentratie in de urine als merker voor de hydratatiestatus. Deze parameter wordt uitgedrukt als de albumine/creatinine-ratio (ACR).
Volgens KDIGO richtlijnen kan albuminurie ingedeeld worden in drie categorieën:
Categorie |
ACR |
A1 (normaal tot licht verhoogd) |
< 30 mg/g (< 3 mg/mmol) |
A2 (matig verhoogd, vroeger "microalbuminurie") |
30-300 mg/g (3-30 mg/mmol) |
A3 (sterk verhoogd) |
> 300 mg/g (> 30 mg/mmol) |
Rekenvoorbeeld: albumineconcentratie 20 mg/L
- Bij een creatinineconcentratie in de urine van 0.5 g/L (goede hydratatie) geeft dit een ACR van 40 mg/g creatinine: A2 (“micro-albuminurie”)
- Bij een creatinineconcentratie in de urine (slechte hydratatie) geeft dit een ACR van 10 mg/g creatinine: A1 (normaal)
Interpretatie
Albuminurie kan bij nierziekten al stijgen vóór een daling van de eGFR. Leidende wetenschappelijke verenigingen (ESC/ERA 2026 en KDIGO 2024) bevelen daarom aan om bij screening van de nierfunctie een serumcreatinine (met berekening eGFR) te combineren met meting van de albuminurie. Albuminurie meet de kwaliteit van het aantal nefronen, in tegenstelling tot het serumcreatinine, waarbij het aantal functionele nefronen wordt geëvalueerd.
Bij Labo Maenhout – Medilab wordt automatisch (wanneer we beschikken over zowel een creatininebepaling in serum als ACR in de urine) een KDIGO classificatie gemaakt met visuele weergave van een kleurcode (groen, geel, oranje en rood) volgens het internationaal aanvaarde KDIGO risicomodel.

Merk op: een geïsoleerd verhoogde albuminurie is niet altijd pathologisch. Koorts, urineweginfecties, decompensatio cordis, ongecontroleerde hypertensie, hyperglycemie en intensieve fysieke inspanning kunnen aanleiding geven tot een tijdelijke stijging. Een afwijkend resultaat dient daarom steeds bevestigd te worden op een tweede afname, vooraleer kan besloten worden tot “persisterende” albuminurie. Gebruik van statines kan eveneens een transiënte (onschuldige) micro-albuminurie geven in de uren na inname, idealiter wordt de afname van het urinestaal dus niet na inname van dergelijke medicatie gepland.
Praktisch
In Cyberlab zijn 3 aanvraagcodes beschikbaar voor een ACR bepaling (zie geel in screenshot).
Bij de code “Eiwit screening” zal ook een schatting worden gegeven van de ACR op basis van een semi-kwantitatieve aflezing van de urine dipstick. Het voordeel van deze test is een lagere kost indien patiënt niet voldoet aan terugbetalingsvoorwaarden.

