PFAS0 800 500
← Terug

De zin en onzin van PFAS-bepaling in het bloed

19-03-2026

Wat zijn PFAS?

PFAS is een stofgroep ontdekt in 1938 bestaande uit synthetische poly- en perfluor alkyl stoffen. Deze behoren tot een groep “Nieuwe verontreinigingen” of “contaminants of emerging concern”, moleculen die (door jarenlang gebruik) gedetecteerd zijn in onze leefomgeving, maar waarvan het inzicht ontbreekt of deze stoffen daadwerkelijk (en in welke mate) een bedreiging vormen voor mens en milieu (figuur 1)

Figuur 1: Bronnen van verspreiding en humane blootstelling van “nieuwe verontreinigingen".

Doordat de koolstof-fluor (C-F) verbinding één van de sterkste biochemische bindingen is, zijn PFAS zeer inert en stress resistent (vb: hitte, straling, biodegradatie). Hierdoor worden deze frequent gebruikt bij het water- en vetafstotend maken van producten (bv. regenkledij en cosmetica), alsook in brandwerend maken van stoffen (bv. brandkledij en blusschuim). Echter heeft deze weerstandigheid ook als nadelig effect dat deze stoffen niet afbreken in het milieu en daarom dikwijls worden omschreven als de zogenaamde ‘forever chemicals’.

Figuur 2: De vier bekendste PFAS-moleculen met effecten op gezondheid: PFOS, PFNA, PFOA, PFHxS. Kleurlegende: grijs: koolstof, groen: fluor, geel: zwavel, rood: zuurstof, wit: waterstof.

De meest bestudeerde PFAS (met best gekende gezondheidseffecten) worden afgebeeld in Figuur 2. Sinds 2001 is er een geleidelijke uitfasering van de industriële productie van o.a. PFOS en PFOA omwille van meer signalen die wezen richting bioaccumulatie in het menselijk lichaam en potentiële schadelijke effecten (Figuur 3).

Figuur 3: Overzicht van gekende associaties tussen PFAS en gezondheid. Associaties in het rood zijn vermoedelijk effectief causaal van karakter (gebaseerd op de momenteel beschikbare evidentie).

De (klinische) betekenis van PFAS-associaties

Vanuit farmacokinetisch perspectief zijn de lange keten PFAS het meest relevant aangezien deze in staat te zijn om in het lichaam te accumuleren (bio-accumulatie). Humane blootstelling aan PFAS gebeurt in overgrote meerderheid door consumptie van besmet (grond)water en/of voedsel (zowel plantaardig als dierlijk). Bij jonge kinderen kan PFAS-blootstelling ook deels te wijten zijn aan consumptie van besmette ondergronden. Er zijn heel wat associaties beschreven tussen PFAS (vooral PFOS en PFOA) en gezondheid. Deze associaties zijn vooral afkomstig van epidemiologische (en proefdier) studies. Een associatie wijst echter niet steeds op een causaal verband tussen de blootstelling en uitkomst.

Specifiek voor PFAS kan men concluderen dat causaliteit voor veel vastgestelde associaties eerder dubieus is. Voor sommige associaties gaat het vermoedelijk wel over causale effecten (Figuur 3). De effectgrootte hiervan is echter typisch klein tot matig. Bv. de beschreven LDL-cholesterol stijging gaat over een toename van 1.9 mg/dL per kwartielstijging van PFOS-concentratie in het bloed. Het toegenomen kankerrisico gaat ook over kleine toenames, bv. het risico op nierkanker neemt per 10 ng/mL stijging PFOA in het bloed toe met 16%. Dit betekent dat als het risico op nierkanker in het leven 1/100 was (1%), dit dan stijgt naar 1.16/100 (1.16%). Vergelijk met roken: lifetime risico op longkanker stijgt met factor 5000%, of toename absoluut risico van 0.5/100 (0.5%) naar 25/100 (25%). Overgewicht met metabool syndroom zorgt voor een toename van kankerrisico van 200% tot 1200% (x2 tot x12), afhankelijk van het type kanker.

De plaats van een PFAS-bepaling in het bloed binnen het klinisch beleid

Een bepaling van PFAS in het bloed (serum) kost ongeveer €95, en dient met voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. De eerste beperking is dat deze bepaling niet alle PFAS meet, maar alleen de vier meest gekende (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS). Een tweede beperking is dat de gemeten waarde niets zegt over de mogelijke oorsprong of blootstellingsbron van PFAS. PFAS worden bovendien heel traag verwijderd uit het bloed (halfwaardetijd 2.5 à 8 jaar). Dit wil zeggen dat de bloedwaarde een weergave is van de cumulatieve blootstelling van de voorbije jaren.

De gerapporteerde referentiewaarden zijn opgesteld door de Duitse Human Biomonitoring Commission (HBM-I en HBM-II waarde). Als de bloedwaarde onder de HBM-I waarde valt is er geen gezondheidsrisico, tussen HBM-I en HBM-II is een grijze zone, en boven de HBM-II waarde zijn er mogelijks verhoogde risico’s. Belangrijk om te duiden dat een risicofactor niet automatisch betekent dat er sowieso pathologie zal ontwikkelen (net zoals niet elke roker longkanker zal krijgen).

Er bestaan op heden geen methodes om PFAS sneller uit het menselijk lichaam te verwijderen. Het enige wat kan gedaan worden bij vaststellen van verhoogde waarde is het reduceren van verdere toekomstige PFAS-blootstelling (bijvoorbeeld door geen voedsel uit gecontamineerde gronden te eten, of door aankoop van een waterfilter, gezien de voornaamste blootstellingsbronnen zoals gezegd voedsel en water zijn).

Hebt u interesse in een presentatie over dit onderwerp voor een LOK, kring…, gegeven door één van onze klinisch biologen? Neem gerust contact op via jasmien@labomaenhout.be.

Enkele nuttige referenties

Algemene documentatie inzake ‘nieuwe verontreiniging’ en ‘PFAS’

Specifieke informatie over ‘PFAS’ referentiewaarden en status in Vlaanderen

  • https://www.dov.vlaanderen.be/portaal/?module=pfasverkenner
  • National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine. Guidance on PFAS Exposure, Testing, and Clinical Follow-Up. Washington (DC): National Academies Press; 2022 doi:10.17226/26156
  • Hölzer J et al. Regul Toxicol Pharmacol 121:104862. 2021
  • Schümann M et al. Regul Toxicol Pharmacol 121:104868. 2021

Specifieke informatie omtrent associatie versus causaliteit en interessante podcasts

  • Attia P. Microplastics, PFAS, and phthalates: understanding health risks and a framework for minimizing exposure and mitigating risk. web resource: https://peterattiamd.com/ama67/. 2025
  • Samuel PH et al. Preventive Medicine, Volume 179. 2024
  • Liu et al. Environmental Health Perspectives 131(5). 2023
  • Doll R, Bradford Hill. Br Med J. 1950