Psa0 800 500
← Terug

De betekenis van PSA, vrij PSA en PSA-ratio

19-03-2026

De relatie tussen PSA en prostaatpathologie

De prostaat is een cruciale exocriene klier van het mannelijk voortplantingsstelsel. Het orgaan is gelokaliseerd net onder de blaas waar het de urethra omsluit (Figuur 1A), de plaats waar het prostaatvocht wordt geëxcreteerd tijdens de ejaculatie.

Figuur 1. A : anatomische ligging van prostaat. B) Benigne (Li) en maligne (Re) prostaatpathologie.

Prostaatpathologie kan onderverdeeld worden in een benigne en maligne groep. De benigne groep omvat, naast andere, de (infectieuze) prostatitiden en benigne prostaathypertrofie (BPH). Prostaatcarcinoma valt binnen de maligne groep en is één van de meest voorkomende tumoren binnen de (oudere) mannelijke populatie (Figuur 1B).

Figuur 2: Visuele voorstelling van het diagnostisch probleem bij randverhoogde PSA waarden.

De belangrijkste prostaatbiomerker is prostaat specifiek antigen (PSA). De PSA-waarde, meestal uitgedrukt in µg/L, geeft een indicatie voor prostaatgrootte en/of prostaatactiviteit. De PSA-waarde in het bloed verwijst naar het totaal circulerend PSA (tPSA). Totaal PSA bestaat in feite uit twee verschillende vormen, namelijk het gebonden PSA en het vrije PSA (fPSA).

Ondanks dat tPSA de meest gebruikte test is voor zowel opsporing als opvolging van prostaatcarcinoma, blijft de interpretatie van deze PSA-waarde, vooral in een screeningscontext, een uitdaging. Bij een prostaatcarcinoom wordt typisch een gestegen tPSA-waarde gezien. Een (rand)verhoogde tPSA-waarde kan echter ook voorkomen bij goedaardige (benigne) prostaatpathologie alsook ontstaan ten gevolge van pre-analytische factoren. Een voorbeeld daarvan is dat na het fietsen, door massage van de prostaat, een tijdelijke verhoging van de PSA-waarde kan worden geobserveerd.

Het nut van een vrij PSA en PSA-ratio bepaling

Op basis van bovenstaande feiten wordt het snel duidelijk dat het inschatten van het risico op een prostaatcarcinoom zuiver op basis van de tPSA-waarde erg lastig kan worden. Dat is zeker het geval bij (rand)verhoogde tPSA-waardes, namelijk waarden die liggen tussen 4 en 10 µg/L (Figuur 2). In deze gevallen kan het een meerwaarde zijn om naast de tPSA-waarde ook de vrije PSA (fPSA) en PSA-ratio (= fPSA/tPSA) te betrekken bij de inschatting van het risico op een mogelijk onderliggende maligniteit.

Tabel 1: Risico op prostaatkanker op basis van de PSA-ratio.

PSA-ratio (fPSA / tPSA)

Risico op prostaatkanker

<0.10 of 10%

Hoog risico

0.10 of 10 % - 0.15 of 15%

Matig tot hoog risico

0.15 of 15 % - 0.20 of 20%

Matig risico

0.20 of 20 % - 0.25 of 25%

Laag tot matig risico

>0.25 of 25%

Laag risico

Afkortingen: fPSA = vrij circulerend PSA, tPSA = totaal circulerend PSA.

Bij prostaatcarcinoma is er typisch relatief minder vrij PSA ten opzichte van gebonden PSA in het bloed circuleert, waardoor de PSA-ratio eerder laag zal zijn. Bij BPH daarentegen bestaat het circulerend PSA voornamelijk uit vrij PSA, wat vertaalt naar een eerder hoog PSA-ratio. Tabel 1 weergeeft het risico op prostaatcarcinoom op basis van de PSA-ratio.

Daarom is het vanaf nu mogelijk om tijdens het opstellen van een aanvraag (zowel via Cyberlab alsook papier) te kiezen tussen enerzijds een PSA-bepaling (zoals vroeger – 3 indicaties, rood op Figuur 3) of anderzijds een PSA-bepaling met eventueel vrij PSA en PSA-ratio (2 indicaties, blauw op Figuur 3). De bepaling van vrij PSA gaat gepaard met een extra kost aan de patiënt van ongeveer €13.

Figuur 3.: Aanvraagopties van PSA in Cyberlab.

Aangezien het hier om risicostratificatie gaat, heeft de bepaling van fPSA en PSA-ratio minder klinisch nut binnen een opvolgcontext (= na behandeling voor een prostaatcarcinoom), waarbij de evolutie van de tPSA-waarde (= stijgsnelheid van PSA) de klinisch meest relevante parameter zal zijn.

Andere relevante merkers voor inschatting kans prostaatcarcinoma

Naast het integreren van fPSA en PSA-ratio bij de tPSA-waarde, spelen de echografisch bepaalde grootte van de prostaat (of PSA-dichtheid) en stijgsnelheid van PSA eveneens een belangrijke rol bij stratificatie van het risico op een prostaatmaligniteit.

Vooral de stijgsnelheid van PSA heeft een waarde binnen de screeningscontext. Daarbij is een snelle stijging gelinkt aan een hogere kans op prostaatkanker. Een langzame stijging (= een stijging van <0.35 µg/L per jaar) wijst op een laag risico, terwijl een snelle stijging (= een stijging van >0.75 µg/L per jaar) wijst op een verhoogd risico.