Apolipoproteïne B (ApoB) en cardiovasculair risico
22-04-2026
Cholesterol en triglyceriden worden in het bloed getransporteerd in zgn. lipoproteïnepartikels of kortweg lipoproteïnes (Figuur 1,links). Lipoproteïnes kunnen ingedeeld worden in twee grote klassen: non-HDL (LDL, IDL, VLDL en chylomicronen) en HDL, waarbij non-HDL-partikels atherogeen zijn en HDL-partikels niet (Figuur 1, rechts). Op elk non-HDL-lipoproteïne komt er exact 1 apolipoproteïne B (ApoB) molecule voor. Hierdoor is ApoB de facto een maat voor het aantal atherogene partikels in de circulatie. In normale omstandigheden zijn er 90-95% LDL-partikels en 5 à 10% VLDL-partikels. ApoB is dus voornamelijk een weergave van het aantal LDL-partikels.


Figuur 1: Boven: algemene structuur van een lipoproteïne. In de fosfolipidenmembraan zitten eiwitten, de zgn. apolipoproteïnes. Onder: de verschillende lipoproteine types in het bloed, die van elkaar verschillen in grootte, hoeveelheid cholesterol en triglyceriden. HDL: high-density lipoprotein, LDL: low-density lipoprotein, Lp(a): lipoprotein (a), IDL: intermediate density lipoprotein, VLDL: very-low-density lipoprotein. Figuur aangepast uit (7).
Klinische interpretatie
Uit talrijke studies blijkt dat het aantal atherogene partikels (ingeschat door ApoB) een betere predictor is voor het cardiovasculair risico dan de LDL-cholesterol (LDL-C) en zelfs de non-HDL-cholesterol (non-HDL-C) (1–4). Als zowel ApoB en LDL-C verhoogd of verlaagd zijn (concordant), is de risico-inschatting door beide parameters gelijk.
Echter bij een deel van de mensen is ApoB discordant verhoogd terwijl LDL-C normaal is, en vice versa. In die gevallen is ApoB de meest betrouwbare parameter om het atherogeen risico weer te geven (Figuur 2). Studies schatten de proportie mensen met discordante ApoB tegenover LDL-C op 5 tot 25% van de bevolking (2,4,5). Een discordant verhoogd ApoB komt typisch voor in de context van het metabool syndroom. Dit syndroom wordt gekenmerkt door insulineresistentie en chronische laaggradige inflammatie, met typisch verhoogde triglyceriden en verlaagde HDL-C. Hierbij is er eveneens vorming van zgn. small dense LDL-partikels, of kleine cholesterolarme LDL-partikels (Figuur 2, scenario B), waardoor de totale cholesterolmassa in alle LDL-partikels (LDL-C) nog normaal kan zijn, maar waarbij het AANTAL partikels (en daarmee het cardiovasculair risico) wel verhoogd is.
Omgekeerd heeft een deel van de mensen een (licht) verhoogde LDL- of non-HDL cholesterol, maar is ApoB (discordant) normaal. In die gevallen zijn de LDL-partikels relatief cholesterolrijk, en is er GEEN verhoogd cardiovasculair risico (Figuur 2, scenario C) (1,2,4,5)


Figuur 2: Boven: Kaplan-Meier-curve die de relatie tussen cardiovasculaire events, ApoB en LDL-C aantoont in een cohorte patiënten van de Framingham offspring studie, figuur aangepast uit (8). Onder: visuele voorstelling van de lipoproteïnes in scenario’s A, B, C en D. Scenario’s A en C hebben hetzelfde aantal atherogene partikels (ApoB), en dus hetzelfde cardiovasculair risico (laag). Idem voor scenario B en D (beide hoog risico). In scenario B wordt het risico echter onderschat op basis van de LDL-C, gezien de cholesterolpartikels hier kleiner zijn (“small dense LDL”) is de totale cholesterolmassa normaal (LDL-C), maar het aantal partikels (en dus het cardiovasculair risico) verhoogd. Omgekeerd, in scenario C wordt het risico overschat op basis van LDL-C, maar is er in feite geen verhoogd risico (want ApoB is laag). Figuur rechts op basis van (3–5).
Praktisch
ApoB wordt gemeten op een serumbuis (rode dop), en is niet terugbetaald indien gecombineerd met andere cholesterolmerkers (art. 24, cumulregel 352) De kostprijs voor de patiënt is bij een ApoB bepaling in dat geval €3.2.
Merk op dat ApoB niet het totale cardiovasculaire risico weerspiegelt, enkel het risico dat veroorzaakt wordt door cholesterol. Het totale risico wordt namelijk ook bepaald door andere factoren zoals bloeddruk, roken, (familiale) cardiovasculaire voorgeschiedenis, inflammatie, insulineresistentie en parameters zoals homocysteïne. De streefwaarden voor ApoB zijn dan ook verschillend afhankelijk van dit totale cardiovasculair risico net zoals bij LDL-C en non-HDL-C (Figuur 3). De behandeling voor verhoogd ApoB is gelijk aan die van een verhoogd LDL-C of non-HDL-C (levensstijl en farmaca zoals statines, ezetimibe, …).
Ten slotte is de lipoproteïne (a) waarde ook een onafhankelijke causale risicofactor naast ApoB. Bij eenzelfde ApoB waarde zal een gestegen Lp(a) het cardiovasculair risico relatief verhogen met ongeveer 10-12% per 50 nmol/L Lp(a) verhoging (6).

Figuur 3: European Society of Cardiology (ESC) streefwaarden voor ApoB, vergeleken met LDL-C en non-HDL-C streefwaarden. 100 mg/dL = 1.0 g/L. Bepaalde auteurs (Oliveira-Gomes et al.) pleiten voor nog verdere simplificatie door gelijkstelling van LDL-C streefwaarden en ApoB streefwaarden (5).
Bronnen
1. Sehayek D, Cole J, Björnson E, Wilkins JT, Mortensen MB, Dufresne L, et al. ApoB, LDL-C, and non-HDL-C as markers of cardiovascular risk. J Clin Lipidol. 2025 Jul 1;19(4):844–59. doi:10.1016/j.jacl.2025.05.024 PubMed PMID: 40681368.
2. De Graaf J, Couture P, Sniderman A. A diagnostic algorithm for the atherogenic apolipoprotein B dyslipoproteinemias. Nature Clinical Practice Endocrinology & Metabolism 2008 4:11. 2008 Oct 7;4(11):608–18. doi:10.1038/ncpendmet0982 PubMed PMID: 18838971.
3. Glavinovic T, Thanassoulis G, de Graaf J, Couture P, Hegele RA, Sniderman AD. Physiological Bases for the Superiority of Apolipoprotein B Over Low-Density Lipoprotein Cholesterol and Non-High-Density Lipoprotein Cholesterol as a Marker of Cardiovascular Risk. J Am Heart Assoc. 2022 Oct 18;11(20):25858. doi:10.1161/JAHA.122.025858 PubMed PMID: 36216435.
4. Sniderman AD, Thanassoulis G, Glavinovic T, Navar AM, Pencina M, Catapano A, et al. Apolipoprotein B Particles and Cardiovascular Disease: A Narrative Review. JAMA Cardiol. 2019 Dec 12;4(12):1287. doi:10.1001/JAMACARDIO.2019.3780 PubMed PMID: 31642874.
5. De Oliveira-Gomes D, Joshi PH, Peterson ED, Rohatgi A, Khera A, Navar AM. Apolipoprotein B: Bridging the Gap Between Evidence and Clinical Practice. Circulation. 2024 Jul 2;150(1):62–79. doi:10.1161/CIRCULATIONAHA.124.068885 PubMed PMID: 38950110.
6. Kronenberg F, Mora S, Stroes ESG, Ference BA, Arsenault BJ, Berglund L, et al. Lipoprotein(a) in atherosclerotic cardiovascular disease and aortic stenosis: a European Atherosclerosis Society consensus statement. Eur Heart J. 2022 Oct 14;43(39):3925–46. doi:10.1093/EURHEARTJ/EHAC361 PubMed PMID: 36036785.
7. Johannesen CDL, Mortensen MB, Langsted A, Nordestgaard BG. Apolipoprotein B and Non-HDL Cholesterol Better Reflect Residual Risk Than LDL Cholesterol in Statin-Treated Patients. J Am Coll Cardiol. 2021;77(11):1439-1450. doi:10.1016/j.jacc.2021.01.027.
8. Cromwell WC, Otvos JD, Keyes MJ, Pencina MJ, Sullivan L, Vasan RS, et al. LDL particle number and risk of future cardiovascular disease in the Framingham Offspring Study-Implications for LDL management. J Clin Lipidol. 2007 Dec;1(6):583–92. doi:10.1016/j.jacl.2007.10.001
